De machine: stroom uit het net

Eén cel van de machine: een diode met aan één kant een holte van een paar honderd nanometer, zoals bij Moddel en in de MicroSparc. Links wat de boeken zeggen dat er gebeurt. Rechts hoe het net het leest: een maas die alleen windingen tot twee keer de spleet vasthoudt, één open doorgang, de hefboom γ en de cyclus verzachten – schrijven – verharden. Zelfde cel, zelfde schuifjes. De knop zelfstemmen is de lus uit deel drie (3e editie): eerst verkennen — vijftien grote stappen over het hele bereik, de kromme s(p) opnemen en het maximum kiezen — dan volgen met een kleine dither op de plaatselijke helling, en vasthouden tot s meer dan 5% onder K zakt. De stemming als onderdeel, niet als hand.

rust

Zoals de boeken het tekenen

Casimir 1948 · detailed balance · Brillouin 1950

De modi van het veld, van 10 nm tot 10 µm. Tussen de platen passen alleen golven tot 2d (goud); de langere zijn daar onderdrukt (grijs). Dat verschil is het Casimir-effect.

gemiddelde stroom

eenmalig, als de platen sluiten
—

E/A = π²ħc / (720 d³): de Casimir-energie. Die komt één keer vrij en dan is de batterij leeg.

Heen- en teruggaande sprongen door de diode gebeuren bij dezelfde temperatuur even vaak, welke vorm de holte ook heeft. Het spoor loopt als dronkemanswandeling rond nul, en de onzekerheid krimpt met 1/√t. Een enkele klep kan de trilling van zijn eigen omgeving niet gelijkrichten (Brillouin). Holte, asymmetrie en lagen veranderen links dus niets aan het gemiddelde.

Zoals het net het leest

maas · doorgang · hefboom γ · verzachten – schrijven – verharden

Links in het beeld de holte (maas d), rechts de open kant. Elk rondje is een winding; het streepje is zijn fase. Windingen die in de maas passen worden vastgehouden, de rest gaat door de ene open doorgang: dat is de stroom. De gouden pijl is de gezamenlijke fase R.

vermogen per m² (één laag)
—

huishouden (308 W gemiddeld)
—

De stroom tegen de spleet d, bij de huidige R en δ: dunner is meer stroom. De stip is de cel van nu. Dit is de vorm die tegen Moddels gemeten stroom-tegen-dikte gelegd kan worden.

Wiskunde. Casimir-energie tussen twee ideale platen: E/A = −π²ħc/(720 d³) (Casimir 1948; gemeten door Sparnaay 1958 en Lamoreaux 1997). Afkapping: tussen platen op afstand d bestaan geen staande golven langer dan 2d. Gekoppelde fasen volgens Kuramoto, met ordeparameter R = |⟨e^{iθ}⟩|. De constitutieve wet g_eff = ḡ(1+γδ) (T4) is exact, en het kritieke punt ligt waar g_eff = 0, dus bij δ = −1/γ.

Gemeten, door anderen — maar let op de status. Moddel e.a. (Symmetry 13, 517, 2021) is één experiment van één groep, door niemand onafhankelijk herhaald: stroom zonder aangelegde spanning, groter naarmate de holte dunner is; Moddel noemt zelf 70 W/m². Alles op deze pagina dat zijn vorm gebruikt (aanname A2, de stroomkromme, de getallen) staat of valt met die ene meting — blijkt zij een artefact, dan rekent deze pagina met niets. Casimir Inc. (2026): prototypes geven picoampères; specificatie 25 µA per chip van 5×5 mm, dus 1,5 W/m² — evenmin onafhankelijk herhaald. Thibado (Phys. Rev. E 2020, 2023): twee tegengestelde diodes laden een condensator uit grafeenrimpeling.

Lezing (Vacuum.Net). Het vacuüm is vol en onder spanning. Een maas houdt windingen tot 2d vast; wat niet past gaat door, en asymmetrie laat één doorgang open (Where Electricity Comes From §4, Builders of the Net §10). De stuurknop is δ, de hefboom γ = 1/ε, en de cyclus is verzachten, schrijven, verharden (Applied Vacuum Theory, 4e editie). De belasting is waar de spanning sluit. Wat de belasting ontvangt, vult zich aan uit de buurmazen; het boek rechts houdt dat bij (T6: verlies heeft een adres).

De lus (deel drie, 3e editie). De knop zelfstemmen is §3 van Applied Vacuum Theory, Part Three: The Self-Tuning Mesh (25-9-2026, 3e ed.): eerst verkennen (vijftien grote stappen over het hele bereik, de kromme s(p) opnemen, het maximum kiezen), dan volgen (kleine dither, plaatselijke helling, K ← K + η(s−K) met η = 0,1, halveer bij tekenwissel), dan vasthouden met de snelle drempel: zakt s meer dan 5% onder K, dan verkent hij opnieuw. In het echte ontwerp beweegt de lus een spanning op een elektrostatische MEMS-spiegel (L(V) tot een derde van de rustspleet; thermisch stemmen is met 0,014 nm/K uitgesloten); hier beweegt hij de spleet direct. De lus leest nooit χ, de plaats of het materiaal — alleen s. De telregel van §6 is apart gedraaid onder gehashte plannen (maze/avt/uitkomst-o2-telling.md): de per-octaaf-trede is exact en zonder tekenwissel, maar op Moddel-schaal (één winding per holte) domineert discretisatie; de vorm L⁻³ volgt in de continuümlezing, en de grootte blijft aan O2c, de functie F van koppeling naar stroom.

Aannames van deze simulator: de open stap O2, ingevuld. Die staan niet in de theorie. Ze zijn hier gekozen om te kunnen rekenen, en ze zijn te vervangen. A1 Het spectrum van windingen is log-uniform tussen 10 nm en 10 µm. A2 De doorgang volgt de vorm van Moddels figuur 4b — één onherhaald experiment, geen gevestigd feit: p(d) = (d/20 nm)^−0,9, genormeerd op 1 bij de onderrand 20 nm (aflezing ± 0,15 op de helling; zie maze/avt/uitkomst-o2c-aflezing.md — vlákker dan lineair, dus de geïdealiseerde trede-weging L⁻³ is het níet: dat verschil is O2c). Het teken van a is de handedness: een omgekeerde holte keert de stroom om (de voorspelling uit A Nilpotent Energy Source §8). A3 De respons van de spanning is omgekeerd evenredig met de stijfheid g_eff/ḡ, begrensd bij 0,05; ook de koppeling werkt als K/(g_eff/ḡ). A4 Alleen de gemeenschappelijke fase draagt gelijkstroom: I ∝ R. Tijdens schrijven trekt de opgelegde maas de eigenfrequenties naar elkaar toe (N3, vorm is geschiedenis), en dat blijft na verharden staan. A5 De absolute schaal komt niet uit de theorie (open: de absolute spanning T₀). Ze is geijkt: een volledig gesloten cel (R = 1) bij d = 100 nm, a = 1 en δ = 0 levert het gekozen ijkpunt. Kanttekening bij de tekst: AVT §7 zegt "raise δ toward the critical point", maar met γ > 0 ligt het kritieke punt bij negatieve δ. Hier betekent verzachten dus δ → −1/γ.